Intervisie voor advocaten: omdat het moet, of omdat het kan (en leuk is)?

De regelmaat van mijn blog is deze maand in het gedrang gekomen. Niet omdat ik er geen lol meer in heb, maar omdat ik op vakantie was in Italië. Er moesten even wat bergen worden verzet en dat is gelukt! Wat vind ik fietsen in de bergen toch mooi. Inmiddels weer veilig terug op kantoor en de spreekwoordelijke pen ter hand genomen. Voor mij is dit gewoon de eerste week van de maand.

Fietsend op de Stelvio (u weet wel, die bijna 2.800 meter hoge berg in Italië met 48 haarspeldbochten om op de top te komen) en dwars door de Dolomieten (daar waar je ook kunt skiën), zat ik alvast na te denken over het onderwerp van mijn volgende blog. Mijn blogs gaan in principe over mijn werk als arbeidsrechtadvocaat en dat werk bestaat niet alleen maar uit adviseren en procederen. Het is trouwens ook niet zo dat advocaten in Nederland tijdens een rechtszitting ‘objection’ roepen als ze het niet met de rechter of met de advocaat van de andere partij eens zijn.

Omdat ik gespecialiseerd ben in het arbeidsrecht, ben ik aangesloten bij de lokale en landelijke specialisatieverenigingen. Voor de Vereniging voor Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN) heb ik een paar jaar geleden een opleiding tot gespreksleider intervisie gedaan. De VAAN heeft van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) het keurmerk specialisatievereniging gekregen en de NOvA en de VAAN vinden het belangrijk dat ook niet-juridische opleidingspunten worden gehaald door middel van gestructureerde feedback, zoals intervisie. Ik kende het ‘instrument’ intervisie alleen van horen zeggen en was benieuwd naar de werking ervan. Bovendien ben ik dol op het geven van feedback haha. De opleiding als zodanig was leuk en boeiend en ging over gesprekstechnieken, intervisiemethoden, aangevuld met een stukje persoonlijk leereffect. Ik was er al snel achter dat ik de rol van gespreksleider uitermate leuk vond (en vind).

Inmiddels sta ik al een paar jaar geregistreerd als VAAN gespreksleider intervisie. Advocaten zijn sinds 1 maart 2020 ook verplicht om voor de NOvA te voldoen aan de kwaliteitstoetsen door deel te nemen aan een vorm van gestructureerde feedback. Ik heb me dan ook maar als gespreksleider intervisie laten inschrijven bij de NOvA en sinds ruim een jaar mag ik mezelf deskundige voor kwaliteitstoetsen noemen.

Ik ben een groot voorstander van intervisie. Ik vind het een nuttige, boeiende én leuke manier van kwaliteitsbevordering. Maar wat is intervisie dan precies en wat maakt het dan zo de moeite waard?

Bij intervisie staat niet zozeer de juridische inhoud van een casus voorop. Ik hoor u denken, “maar juist de juridische inhoud is toch het leukste om met elkaar te bespreken”? Dat kan zo zijn, en het ene hoeft het andere ook niet uit te sluiten (het heet dan alleen geen intervisie maar gestructureerd intercollegiaal overleg, snapt u het nog?).

Intervisie is feitelijk een gestructureerde en periodieke bespreking een groep van advocaten (die werkzaam zijn op hetzelfde rechtsgebied). Tijdens de bijeenkomsten wordt bijvoorbeeld wel de aanpak van een zaak besproken, naast vragen over het eigen functioneren, praktijkvoering of praktijkuitoefening en (ethische) dilemma’s. De onderwerpen variëren van de uitleg van de gedragsregels, gedragsregels afgezet tegen cliëntbelang, integriteit en/of onafhankelijkheid, rolzuiverheid, onderlinge verhoudingen tussen advocaten onderling, met hun cliënt of met derden.

Een belangrijk aspect van intervisie is geheimhouding: alles wat wordt gezegd en besproken binnen de groep, blijft binnen de groep. En het mooie van intervisie is, zeker wanneer de deelnemers zich open en kwetsbaar durven op te stellen, dat je je realiseert dat advocaten ook maar mensen zijn en ook hun onzekerheden en twijfels hebben. Wanneer een deelnemer een casus met dilemma inbrengt, krijgen de andere deelnemers de gelegenheid om verhelderende vragen te stellen, feedback te geven, daaraan (nieuwe) vragen te verbinden en advies te geven, veelal gevolgd of voorafgegaan door een discussieronde.

De grootste valkuil tijdens intervisie is dat de deelnemers te snel over willen gaan tot discussiëren, het geven van een pasklare oplossing of advies. Wij – advocaten – komen snel tot de kern en zijn behoorlijk oplossingsgericht. Daar komt bij dat we graag mogen discussiëren. De ervaring leert echter dat door tóch de structuur van het stellen van vragen te bewaren, en de deelnemers vooral te laten doorvragen, juist wordt gekomen bij de uiteindelijke kern van het dilemma. Het stellen van vragen kan leiden tot meerdere invalshoeken en perspectieven die de casusinbrenger van tevoren zelf nog niet had bedacht en hem of haar wel verder kunnen helpen.

Voor mij als gespreksleider is het soms ook lastig om alleen bezig te zijn met de structuur en orde te bewaren en te waken voor de veiligheid van de casusinbrenger. Ook ik wil me er graag mee bemoeien en van tijd tot tijd doe ik dan zelf ook mee met het stellen van vragen en het geven van feedback. En ook ik als gespreksleider stel me kwetsbaar op door de deelnemers aan het einde van de bijeenkomst een evaluatieformulier te laten invullen. En daarin lees ik vaak terug dat de deelnemers enerzijds graag willen discussiëren en dat het anderzijds toch ook wel prettig is dat er iemand is die de orde en structuur bewaart.

Al deze aspecten tezamen maken dat ik fan ben van intervisie. Ook omdat het prettig is om met een groep beroepsgenoten bijeen te komen en met elkaar te sparren. De bijeenkomsten voor de zomer zitten er inmiddels op en in het najaar gaan we weer verder. Ik kijk er alweer naar uit. Fijne zomerperiode gewenst!

Deel deze blog via
Menu